IPKW > Nieuws > Industriepark Kleefse Waard poort tot Arnhem tijdens de bevrijding in 1945

Industriepark Kleefse Waard poort tot Arnhem tijdens de bevrijding in 1945

Leestijd 4 minuten

Het is 75 jaar geleden dat de stad Arnhem werd bevrijd door Canadese en Britse troepen van de 49th Infantry Division. Industriepark Kleefse Waard (destijds de Enka-fabriek) was de poort tot Arnhem tijdens de bevrijding.

Operation Anger

In de nacht van 12 op 13 april 1945 trokken de Canadese troepen over de IJssel om vanaf deze plek Arnhem te bevrijden. De actie had van de legerleiding de naam ‘Operation Anger’ meegekregen

Nadat het gebied ten zuiden van de Rijn op 3 april door de Canadezen veroverd was, wilden de geallieerden zo snel mogelijk het voetveer bij de Westerbouwing gebruiken om Arnhem binnen te vallen.

Vanwege het voetveer liep de weg hier door tot aan het water, en dat was ideaal voor de amfibievoertuigen van de Canadezen. De Duitse legerleiding had dezelfde conclusie getrokken en had hier het grootste deel van haar verdediging geconcentreerd.

De Canadese generaal Charles Foulkes, die inmiddels het commando had gekregen over de troepen bij Arnhem, besloot het daarom anders aan te pakken. Tussen Westervoort en de Enka-fabriek (nu Industriepark Kleefse Waard) ten oosten van Arnhem, lag ook een voetveer met een weg tot aan het water.

Omdat onduidelijk was hoeveel Duitsers er in Arnhem waren om de stad te verdedigen, kozen de Canadezen voor een hele voorzichtige aanpak. Er werd besloten tot een aanval in twee delen.

Eerst moest aan de overkant van de IJssel een stevig bruggenhoofd gevestigd worden. Pas als het grootste gedeelte van de troepen en tanks aan de overkant was, zo’n 10.000 man, zou verder worden opgerukt in de richting van de stad.

Artilleriebombardement

De aanval werd vooraf gegaan door een massaal artilleriebombardement op de stad. Het was een van de zwaarste artilleriebarrages die de Canadezen tijdens de Tweede Wereldoorlog uitvoerden.

Omdat de stad geëvacueerd was, hoefden de Canadezen geen rekening te houden met de burgerbevolking. Iedere dode die viel, zou een soldaat zijn. En dus leefden de Canadezen zich uit.

Eén enkele Canadese batterij van acht kanonnen kon in tien minuten tijd meer dan 600 granaten op de stad afvuren. Het Canadese artilleriebombardement op de stad duurde meer dan twee uur. Bovendien werden ook vliegtuigen gebruikt om de aanwezige Duitsers in de stad te bestoken.

De schade als gevolg van het artilleriebombardement in de stad was immens. Die schade kwam bovenop het bombardement van de Rijnbrug na de Slag om Arnhem in oktober 1944.

Na een paar momenten van uitstel omdat er onvoldoende ‘Buffaloes’ bij Westervoort waren aangekomen, begon de aanval op Arnhem op 12 april 1945 om 19.40 uur. Bij Oosterbeek.

Hier was een kleine Canadese troepenmacht aan de zuidoever van de Rijn samengetrokken voor een afleidingsaanval die als doel had de Duitsers op het verkeerde been te zetten. Vanaf de zuidoever werd met tanks en kanonnen geschoten op de Duitse posities.

Uit de vuurkracht van de terugschietende Duitsers bleek dat zij inderdaad op deze plek de aanval op Arnhem verwacht hadden.

Oversteek

Rond 23.15 uur maakten bij Westervoort de eerste Canadese ‘Buffaloes’ de oversteek over de IJssel.

De eerste geallieerde troepen rukten meteen op naar Fort Westervoort om de Duitse tegenstand daar uit te schakelen. Het fort was die dag door Britse vliegtuigen al gebombardeerd en veel tegenstand was er niet. Rond 00.50 uur hadden de Britten het fort in handen.

Om de oversteek zo vlot mogelijk te laten verlopen, hadden de geallieerden een leuke verrassing bedacht. In de dagen voor de aanval op Arnhem, was bij Doornenburg al een baileybrug in elkaar gezet.

Nadat Fort Westervoort veroverd was en er ongeveer 2.000 Britten met de Buffaloes waren overgevaren, werd in de vroege ochtend van 13 april de Baileybrug bij Westervoort op z’n plek gevaren en konden meteen grote aantallen tanks en pantserwagens de rivier over om de infanterie te ondersteunen.

Zware verdediging in de Enka-fabriek (IPKW)

Oprukkende Britse stoottroepen hadden in de tussentijd ontdekt dat de Enka-fabriek (IPKW) zwaarder verdedigd werd dan was voorzien. De fabriek werd hoofdzakelijk verdedigd door Nederlandse vrijwilligers in dienst van de SS. De Nederlandse SS-ers hadden niets te verliezen. Hun vooruitzichten na de oorlog waren niet best en om die reden vochten ze verbeten.

Op 13 april 1945 hadden de Nederlandse SS-ers de Enka-fabriek stevig in handen. De fabriek was provisorisch omgevormd tot een fort.

In de stroloodsen (gebouw WB) hielden de Polar Bears zich op en de SS-ers in het Sove-gebouw (nu gebouw VB, naast LB). De SS-ers kwamen zwaar onder vuur te liggen en er werd flink gevochten. Ondanks de inzet van tanks duurde het tot het einde van de dag voor de Polar Bears de fabriek volledig in handen hadden. De Nederlandse SS-ers trokken zich terug naar het centrum van de stad.

De grootste Duitse tegenstand leek met het veroveren van de Enka-fabriek gebroken, maar van snel oprukken naar het centrum van de stad was nog geen sprake.

Het puin en de ruïnes waren ideale plekken voor sluipschutters. In totaal vielen er bij de ‘Tweede Slag om Arnhem’ bijna 200 Canadese en Britse slachtoffers: 62 doden en 134 gewonden. De meeste van die slachtoffers werden gedood door sluipschutters.

Brandende huls

De Polar Bears waren al vanaf de landingen op D-Day actief in de oorlog. Arnhem was niet de eerste stad die zij bevrijdden. De Canadezen waren gewend dat zij na de gevechten door enthousiaste inwoners werden verwelkomd. Zo was dat gegaan in Frankrijk, België en het zuiden van Nederland. Maar zo was het niet in Arnhem.

Omdat Arnhem tijdens de Slag om Arnhem door de Duitse bezetter ontruimd was, was de stad die door de Britten bevrijd werd spookachtig leeg.

Geallieerde bombardementen op de Rijnbrug en het massale artilleriebombardement dat de Britten op de stad hadden afgevuurd, hadden bovendien een groot gedeelte van de stad verwoest. Her en der stonden nog huizen in brand.

De Canadese oorlogscorrespondent Matthew Halton omschreef Arnhem als “een verlaten, brandende huls”. Veteranen zeiden na de oorlog dat rondlopen in Arnhem voelde als rondlopen in een graftombe.

Het oorlogsdagboek van de Polar Bears meldt dat de Britten tijdens de hele oorlog geen stad zijn tegengekomen die zwaarder onder het oorlogsgeweld had geleden dan Arnhem.

Een soldaat herinnerde zich later:

“Het was spookachtig, zo’n verlaten stad. Je had het gevoel dat je niet het recht had om er te zijn en dat iemand je in de gaten hield voor het geval je iets zou doen dat niet mocht.”

Het Britse bioscoopjournaal maakte daar het onderstaande nieuws-item over: “This time they go in to fight a winning battle.”

Opstarten elektriciteitscentrale IPKW

Op 17 april zijn een aantal mensen direct aan de slag gegaan op IPKW om de stad te voorzien van elektriciteit. Op 17 september 1944 was namelijk tijdens de Slag om Arnhem de elektriciteitscentrale plat gebombardeerd. De fabrieken hadden tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 niets te lijden gehad. De grootste schade ontstond bij de plundering door de Duitsers na de evacuatie en bij de zeer zware beschadigingen tijdens de bevrijding van Arnhem.

Maar door de extra stevige constructie (veel staal en toeslag in het cement) waren de fabrieken nog in redelijk goede staat.

Op 22 april 1946 werden de geplunderde eigendommen (machines) teruggevonden in Duitsland, in bezit genomen en per schip ‘De Allemannia’ onder grote belangstelling weer teruggevoerd naar IPKW.

Bronnen: slag-om-arnhem.nl en de heer Peter Dessens

 

De oorlogsschade op IPKW: