IPKW > Nieuws > Ontwerper Roos Meerman hét talent van 2019 Volkskrant

Ontwerper Roos Meerman hét talent van 2019 Volkskrant

Elk jaar raadpleegt de Volkskrant zo’n 250 kenners van muziek, kunst, literatuur en media om antwoord te krijgen op de vraag: welke talenten zetten komend jaar de toon in Nederland?

Ontwerper Roos Meerman is gekozen tot het talent van 2019 in de categorie design. Roos Meerman won in 2015 tijdens het Green Industry Event de IPKW Award, dé hoofdprijs van de Ontwerp + Innovatie Prijs Gelderland. Met haar project ‘Aera Fabrica‘ heeft ze op zeer specialistische en vakkundige werkwijze de nieuwe technologische mogelijkheden onderzocht.

Ontwerper Roos Meerman wordt het gelukkigst van onvoorspelbaarheid

Designer Roos Meerman ontwerpt geen objecten, maar processen. Een manier om van een wandkleed een muziekinstrument te maken bijvoorbeeld, of om plastic op te blazen alsof het glas is. Zolang het de gebruiker maar verwondert.

Roos Meerman (27) zou nooit een set bekers ontwerpen, vertelt ze in de studio waar ze werkt, in een voormalige Arnhemse kunstacademie. ‘Dat is statisch, dat vind ik niet interessant.’ De ontwerper, die in 2014 afstudeerde in Product Design aan de ArtEZ hogeschool voor de kunsten en door de vakjury verkozen werd tot hét Designtalent voor 2019, houdt zich liever bezig met processen, waarbij het resultaat onvoorspelbaar is. Ze won met haar werkwijze onder meer een beurs als New Material Fellow (2014) en de Bio Art & Design Award (2016). ‘Ik ontwerp de parameters, maar het product krijgt vorm door factoren buiten mijn macht.’ Dat zijn vooral natuurkundige factoren als geleiding, geluidsgolven en luchtdruk, maar soms is het ook de gebruiker die het resultaat bepaalt. ‘Mijn ontwerpen zijn nooit statisch, meer een raamwerk.’

Ze wil dat haar werk altijd verwondert. ‘Verwondering is voor mij het allerbelangrijkste in de wereld. Dan alleen daag je jezelf uit, breng je mensen op nieuwe ideeën en laat je ze buiten geijkte kaders denken. Zo verrijk je het leven.’ Alles wat ze doet begint dan ook bij haar eigen verwondering of fascinatie. Daarom legt ze hier haar werk zelf uit aan de hand van drie dingen die haar hebben verwonderd.

Zand dat geometrische vormen maakt door geluidstrillingen

‘Soms kom ik ze tegen, soms zoek ik ze bewust op: filmpjes van natuurkundige fenomenen. Die fascineren me, ik vind die dingen zo magisch. Zoals cymatics, het bestuderen van hoe deeltjes bewegen op geluidstrillingen. Ik zag een video van zand dat een geometrisch patroon vormde op een ijzeren plaat. Zodra je het zand van de plaat veegt, is er natuurlijk niks meer van over. Ik vroeg me af: hoe kun je dit effect blijvend vangen?

Samen met natuurkundige Sander Wildeman, gespecialiseerd in de beweging van vloeistoffen, ben ik gaan kijken welke krachten er spelen en hoe we die zouden kunnen controleren en vastleggen. Uiteindelijk is daar de Canorgraphy-machine uitgekomen, die met behulp van een pen aan visdraad en een dun vlies geluiden kan omzetten in beeld. Voor de serie Sounds of the Universe heb ik fragmenten gebruikt die NASA in de ruimte heeft opgenomen, maar mensen kunnen me ook hun favoriete liedje, de lach van een baby, of het geluid van de zee opsturen voor een op maat gemaakt werk.

Natuurlijk maak ik soms designkeuzes, zoals dat de canorgraphsronde tekeningen worden, dat is toch mooier dan een blad vol willekeurige stippen. Maar doordat ik natuurlijke krachten het resultaat laat beïnvloeden, klopt het in mijn ogen eigenlijk altijd wel wat eruit rolt. Net zoals hoe een bloem bloeit: dat is altijd mooi.’

Het onvoorspelbare van menselijke bewegingen

‘Toen ik een workshop volgde over hoe je met elektronische chips geluidsmachines kunt maken, ontdekte ik dat alles wat geleidend is een knop kan zijn. Ik kon bij wijze van spreken drie bananen aan de chip leggen, die elk als toets zouden dienen. Maar dan zou ik een piano bouwen. Dat is voorspelbaar en vergt kennis om tot een mooi resultaat te komen. Samen met maker Tom Kortbeek, met wie ik en mijn team per 1 januari verder gaan onder de naam Fillip Studios, ontwikkelde ik een muziekinstrument van geleidend garen. We namen een heel orkest op en gebruikten die geluiden voor een wandkleed van langharig textiel: Tactile Orchestra. Hoe mensen over dat kleed aaien, weet je van tevoren niet, maar het levert wel altijd mooie geluiden op. Dit jaar stond de installatie in het Cooper Hewitt Design Museum in New York.

‘Vaak weet ik als ik begin niet tot wat voor producten mijn onderzoek zal leiden. Zo heeft deze techniek, van stof waarachter geluiden zitten, uiteindelijk geleid tot Kozie, een product voor mensen met dementie. KozieMe is een kussen waar gebruikers op een heel intuïtieve manier geluiden in kunnen ontdekken, die er met behulp van een SD-kaart op kunnen worden geladen. KozieWe is een wandkleed vol bos- of stadsgeluiden. Ik vind het belangrijk dat ik met mijn ontwerpen uiteindelijk kan bijdragen aan het verbeteren van levens van kwetsbare mensen, Kozie is daar een mooi voorbeeld van, hoe een idee uiteindelijk toepasbaar is in de zorg, een sector die erg onder druk staat. Inmiddels is het een eigen bedrijf waar vijf mensen voor werken.’

Een marshmallow die opzwelt in een vacuümkamer

‘Vaak blazen we dingen op door lucht toe te voegen. Toen ik een video zag van een marshmallow in een vacuümkamer, die juist uitzet als lucht wordt weggehaald, bracht dat me op een idee: zou je met dat principe ook kunststof vormen kunnen opblazen? Ik ben plastic varianten van marshmallows gaan printen in een 3D-printer, vormpjes met luchtbellen erin. Die plastic blokjes ben ik gaan opblazen met hulp van warmte en vacuüm, en zo ontdekte ik dat het plastic dan haast glasachtig wordt. De plek van de luchtbellen kon ik controleren, hoe ze zouden opblazen niet. Zo had ik een techniek gevonden die tot dan toe nog niet gebruikt was.

‘De aanpak, die ik Aera Fabrica noem, heeft industriële voordelen: je kunt met een kleine machine een groot resultaat bereiken, makkelijker heel dunne wanden maken, vormen groter en daarna weer kleiner maken, je hebt geen mallen meer nodig, en de kleine blokjes nemen bij vervoer minder ruimte in. Nu maak ik alleen nog kunstobjecten en vaasjes, maar ik ben met een architect aan het kijken naar grotere toepassingen. Bijvoorbeeld tijdelijke opblaasbare meubelen, of zelfs kamers, voor op plekken als een vluchtelingenopvang. Daarvoor werken we nu aan een algoritme dat voorspelt hoe geprinte vormen zullen opblazen. Heel tegenstrijdig is dat voor mij: ik word het gelukkigst van de onvoorspelbaarheid, maar om mijn ontworpen processen industrieel toepasbaar te maken, moeten ze voorspelbaar zijn.’

Bron: volkskrant.nl