'Kevin Rijke gaat voor duurzaamheid'

Industriepark Kleefse Waard moet binnen tien jaar het duurzaamste bedrijventerrein van Nederland zijn. De man die de kar trekt, is de pragmatische Kevin Rijke (34), alumnus bedrijfskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is geen idealist en geen actievoerder. 'Wil je dat iets een succes wordt, dan moet je focussen op what’s in it for me?'

Kevin Rijke draagt een maatpak waar statiegeld op zit. Voordat hij het deze ochtend aantrok, douchte hij zich met water uit zijn eigen zonneboiler. In zijn hybride auto reed hij daarna vanuit zijn woonplaats Molenhoek naar Industriepark Kleefse Waard (IPKW) in Arnhem.

Duurzaamste industriepark van Nederland
Rijke is directeur van IPKW, een industriecomplex dat vroeger van AkzoNobel was. Sinds 2003 is het in handen van vastgoedfamilie Schipper Bosch en intussen telt het zo’n zeventig huurders die hun brood verdienen in de duurzaamheidsindustrie. Rijke heeft een heldere missie: het duurzaamste industriepark van Nederland worden. Wanneer? Binnen tien jaar, uiterlijk. Hij is al een eind op weg, zegt hij. Zo’n tien procent van de medewerkers op het park rijdt elektrisch. 'Dat komt doordat we een parkeerplaats met vijftig laadpunten hebben aangelegd. Zo verlagen we de drempel om een elektrische auto te nemen. Mensen hoeven thuis geen laadpaal te hebben.'

De laadfaciliteiten werden geleverd door een bedrijf in slimme laadoplossingen dat zich heeft gevestigd op het terrein. Een andere huurder ontwierp het design van de sockets. Zo ziet de directeur het ’t liefst: bedrijven zoeken elkaar op, versterken elkaar en delen de faciliteiten van Kleefse Waard. Tijdens een wandeling langs de oude industriehallen geeft Rijke uitleg: in deze hoek komt een zonneveld; voor 30.000 zonnepanelen op de daken is net subsidie binnen. In dit bedrijf worden petflessen gerecycled, hier maken ze waterstoffabriekjes met afnemers tot in China. De gebouwen zijn zo herontwikkeld dat ze energielabel A hebben en ze zijn ‘verhipt’. Voor een kolos van donkere steen staat een terras met feloranje stoelen. 'Het restaurant', duidt Rijke. 'Als je wilt dat ondernemers gaan samenwerken, moet je ervoor zorgen dat ze elkaar treffen.' Om die reden kun je je hier ook opgeven voor een uurtje gratis bootcamp in het groen of gebruikmaken van de (elektrische) deelauto. De bedoeling is dat al het afval van alle bewoners binnenkort op het terrein zelf wordt ingezameld en gerecycled: gft-afval wordt compost om het groen mee te bemesten en van het plastic kan een lokaal bedrijf weer een bankje of een verkeersbord maken.

Kevin Rijke bij laadpalen

Juiste bagage
Rijke is een praktische jongen. Tijdens zijn studie bedrijfskunde in Nijmegen besteedde hij meer tijd aan besturen en werken – hij zat onder meer in de introductiecommissie en was bedrijfsleider van discotheek Inferno op Plein 1944 – dan aan studeren. 'Ik ben niet zo van de theorieën en de boeken', zegt hij als we plaatsnemen aan een grote vergadertafel in de voormalige AkzoNobel-directeurskamer. Toch bracht hij de eerste vier jaar van zijn werkzame leven door op de Radboud Universiteit. Hij werkte als assistent van duurzaamheidshoogleraar Jan Jonker. 'Ik kwam bij hem terecht via een afstudeeropdracht. Hij zocht studenten die konden werken aan het opbouwen van een community of practice voor maatschappelijk verantwoord ondernemen-professionals over de hele wereld. Mensen moesten elkaar daar kunnen treffen en ervaringen kunnen uitwisselen. Dat sprak me wel aan.'

Het was Rijkes eerste kennismaking met het thema duurzaamheid. Als zoon van een ondernemer was het vooral de zakelijke kant die hem interesseerde. 'Wil je dat iets een succes wordt – willen we de opwarming van de aarde tegengaan – dan moet je focussen op what’s in it for me? Want zo denken mensen en zo denken bedrijven.' Rijke is geen idealist en geen actievoerder. 'Ik zal nooit tegen mijn vrienden zeggen: je moet elektrisch gaan rijden want dat is beter. Maar ik heb een half jaar een Tesla gereden en dan laat ik ze wel ervaren hoe dat is. Het rijdt gewoon lekkerder.'

Na zijn jaren op de universiteit begon hij voor zichzelf als adviseur op het gebied van duurzaam ondernemen. Toen hij werd gevraagd als directeur van Industriepark Kleefse Waard was hij 31. Hij had de juiste bagage: enthousiasme voor innovatieve ideeën en gevoel voor samenwerking met de gemeente of provincie als het gaat om het bedenken van duurzame energie-oplossingen. 'Binnenkort komen op ons terrein vier grote windmolens te staan', vertelt hij met gepaste trots. 'De eerste vier van Arnhem.'

Duurzaam aan het werk
Samen met die gemeente heeft hij ook geregeld dat zijn terrein plek biedt aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Want een baan bieden aan werknemers die het zelfstandig niet redden, hoort ook bij duurzaamheid, is zijn overtuiging. 'Wij vinden dat we daar een taak hebben, hier kunnen we iets doen voor de maatschappij. Momenteel hebben we drie mensen in dienst: bij de receptie waar je het park op rijdt, in het restaurant en bij de technische dienst. Ze worden hier begeleid en het is natuurlijk het mooist als ze kunnen doorstromen naar een reguliere functie.' Een samenwerking met een zorgboerderij staat eveneens op stapel: drie keer in de week kunnen mensen met een beperking voor hun dagbesteding terecht op IPKW.

Die sociale kant heeft hij dan weer van zijn moeder, denkt Rijke. Hij noemt haar 'de liefste vrouw die ik ken'. Vandaag past ze op zijn zoontje van vier maanden. Via een appje laat ze weten dat de baby zich zojuist voor het eerst van rug naar buik heeft gedraaid.

Inspirerende voorbeelden
Hoe ziet Rijke de toekomst van duurzaamheid in Nederland? Er komen steeds
meer voorbeelden van bedrijven die inspirerend bezig zijn, zegt hij. Kijk naar Tony’s Chocolonely. 'Die chocoladerepen zijn echt fantastische producten, voortgekomen uit het idee dat we af willen van chocolade die op een verkeerde manier wordt gemaakt. Tony’s Chocolonely is ontploft – iedereen wil het hebben. Een product als de Dopper [populaire duurzame waterfles, red.] is ook zo ontstaan.' Of neem Interface, een producent van tapijttegels die afgedankte visnetten gebruikt als garen. 'Waar ik ook erg enthousiast van word, is zo’n project van Boyan Slat, de Nederlandse uitvinder die het plastic op zee wil inzamelen. Dat behelst meer dan iets goeds willen doen voor het milieu, er zit een heel economisch model omheen.'

Overheid aan zet
Maar als we echt een slag willen maken, dan is de overheid aan zet, vindt Rijke. Willen we sneller naar energie uit wind, zon en aardwarmte, dan moet de regering daar een masterplan voor maken. 'Dat moet je niet steeds per regio of per stadje willen organiseren.' Hij vindt het verbazingwekkend – 'schandalig zelfs' – dat zo’n plan er niet al lang ligt. De kennis over hoe het zou moeten, is er in overvloed in Nederland, zegt hij, maar tot vergaande maatregelen komt het maar niet. 'Ik ben erg benieuwd wat er in het nieuwe regeerakkoord staat. Ik hoop op actie.' Nederland bungelt nog altijd onderaan de lijstjes waar het de overgang naar duurzame energie betreft, zegt hij. Verontwaardigd: 'Terwijl we zo’n rijk land zijn!' Hij noemt China. Dat immense land liep achter op het gebied van schone energie, maar zei na de klimaattop in Parijs: "we gaan er wat aan doen". En zie, ze doen het. De productie van zonnepanelen is niet bij te benen. 'Ja, je moet erin investeren, maar dat betaalt zich later terug.'

Pak met statiegeld
Terwijl hij poseert voor de fotograaf, laat Rijke de voering van zijn jasje zien. Daarop staat de volledige tekst van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Zijn pakken komen van het Arnhemse modelabel Dutch Spirit. Schapen die de wol leveren voor de kleding, worden gegarandeerd goed behandeld. De mensen die vervolgens achter de naaimachine kruipen of het transport verzorgen, hoeven niet te vrezen voor uitbuiting. 'Ik wil graag het goede voorbeeld geven', zegt hij. En is hij het pak zat, dan brengt hij het terug (vandaar het statiegeld) zodat het kan worden hergebruikt.

In 2015 kreeg IPKW van minister Plasterk de Gouden Piramide, een landelijke prijs voor ‘inspirerend opdrachtgeverschap in de (landschaps)architectuur, stedenbouw, infrastructuur en ruimtelijke ordening’. Uit het juryrapport: ‘Met Industriepark Kleefse Waard is een nieuwe standaard gezet voor bedrijventerreinen.’ De jury roemde vooral de manier waarop de historische gebouwen waren gemoderniseerd en de inrichting van het park, evenals de visie op het samenbrengen van bedrijven in de duurzame industrie.

Levensloop Kevin Rijke

 

Geboren: Emmeloord, 1983 | Studie: bedrijfskunde in Nijmegen | Loopbaan: wetenschappelijk assistent hoogleraar Jan Jonker (Radboud Universiteit), daarna zelfstandig adviseur duurzaam ondernemen en sinds 2015 directeur Industriepark Kleefse Waard | Nevenactiviteiten: Bestuurslid Clean Mobility Center, lid Denktank Sterk Bestuur Provincie Gelderland, lid stuurgroep SEECE (HAN), Raad van Advies TEDx Arnhem | Overig: Rijke woont in Molenhoek met vriendin Ellen en zoontje Valentijn.

Dit artikel verscheen in Radboud Magazine, het blad voor relaties en alumni van de Radboud Universiteit (nummer 53, najaar 2017). Tekst: Annemarie Haverkamp, Foto: Erik van 't Hullenaar

Bedrijfsbezoek Industriepark Kleefse Waard

 

Speciaal voor Alumni Benefit Card-houders organiseert de Radboud Universiteit op vrijdag 13 oktober 2017 van 15.30 tot 18.30 uur een bedrijfsbezoek aan Industriepark Kleefse Waard. Laat je in deze omgeving inspireren door presentaties van alumnus en directeur Kevin Rijke, en prof. dr. Jan Jonker (gespecialiseerd in strategie, in het bijzonder duurzaam ondernemen). Tevens is er een rondleiding over het terrein en een aansluitende borrel. Aanmelden kan door vóór 2 oktober een email te sturen naar info@alumni.ru.nl. Bij overmatige belangstelling zal, om iedereen een gelijke kans te bieden, deelname geschieden op basis van loting.

Bron: Radboud Magazine

< back