Innovatieparken leveren weinig groeiers op

FD Gazellen Awards

Jaarlijkse awards voor de snelst groeiende ondernemingen van Nederland. Een FD Gazelle is een winstgevend bedrijf dat over een periode van drie jaar een onafgebroken groei van ten minste 20% heeft laten zien. We zoomen de komende weken in op deze snelle groeiers. De FD Gazellen Awards zijn een initiatief van het FD en Company.info.

Ondanks het uitgebreide aanbod van hippe campussen, samenwerkingsverbanden en innovatiemakelaars die bedrijven in Oost-Nederland moeten helpen om te vernieuwen, leveren de initiatieven nog nauwelijks groeibedrijven op. De snelle groeiers zitten vooral in traditionele sectoren, zo blijkt uit de cijfers van FD Gazellen in de provincies Utrecht, Gelderland en Overijssel.

Van de 617 Gazellen dit jaar komt 27% uit Oost-Nederland. De snelgroeiende bedrijven hebben met elkaar ruim zevenduizend mensen in dienst en behaalden vorig jaar een omzet van ruim €1,6 mrd. Op de lijst prijken opvallend veel groothandels, ICT-dienstverleners, adviesbureaus en softwareontwikkelaars. Op een paar uitzonderingen na is geen enkele Gazelle gevestigd op een van de innovatieparken in de regio, zoals het Kennispark in Enschede (vierhonderd bedrijven) bij de Universiteit Twente of het Utrecht Science Park (meer dan tachtig bedrijven). Zelfs bij de Gelderse innovatiehotspots Wageningen Campus, Industriepark Kleefse Waard of Novio Tech Campus zijn geen FD Gazellen te vinden. Dit is opvallend, omdat Gelderland door het economisch bureau van ING juist wordt omschreven als ‘het Silicon Valley van Nederland’.

Vooral broedplaatsen voor start-ups

Theo Föllings, bij de regionale ontwikkelingsmaatschappij Oost nv verantwoordelijk voor innovatie, bevestigt dat er relatief weinig groeibedrijven op de innovatiecampussen te vinden zijn. ‘Dit zijn vooral broedplaatsen voor start-ups. De uitdaging is om deze bedrijven te laten groeien. Daar zijn politici ook erg naar op zoek. Kijk naar Donald Trump, die tienduizenden banen belooft, en je ziet hoe belangrijk het is dat investeringen in innovatie banen opleveren.’

Michiel Scheffer (D66) is zo’n politicus die hamert op nieuwe banen. Als gedeputeerde van de provincie Gelderland met economie, innovatie en de arbeidsmarkt in zijn portefeuille moet hij een antwoord Innovatieparken leveren weinig groeiers op vinden op de meer dan 21.000 banen die door de crisis en automatisering in de industrie en bouw verloren zijn gegaan. Oost-Nederland kampt vooral met een tekortaan banen op mbo-niveaus 3 en 4. ‘Ik krijg reacties van boze burgers die zeggen dat ze niets merken van de miljoenen die de provincie in innovatie en start-ups stopt’, zegt Scheffer. De voormalige innovatieconsultant geeft deze ‘boze burger’ voor een deel gelijk. ‘De investeringen in kennis en innovatie leveren tot nu toe te weinig echte banen op. Het is goed dat we een kraamkamer zijn voor start-ups met  technologische hoogstandjes die we in de Verenigde Staten kunnen presenteren, maar na vijf jaar blijkt vaak dat de start-up niet meer bestaat of is overgenomen door een multinational.’

Innovatieprojecten financieren

Doordat de innovatie-initiatieven nauwelijks leiden tot banen in het middenkader wordt de kloof tussen hoger- en lageropgeleiden en tussen de hightechen diensteneconomie volgens Scheffer versterkt. ‘Die twee werelden komen elkaar wel tegen bij de kapper, maar dat is het dan ongeveer.’ Om deze tweedeling tegen te gaan, wil Scheffer vanaf volgend jaar strengere eisen gaan stellen aan innovatieprojecten die door de provincie en Oost nv worden gefinancierd. Het aantal nieuwe banen dat een project oplevert, wordt het belangrijkste criterium. Chris de Ruijter, oprichter en directeur van  innovatieadviesbureau Leap, zet vraagtekens bij de nieuwe aanpak van de provincie. ‘Innovatie is niet altijd direct te koppelen aan werkgelegenheid. Hoeveel banen een innovatieproject oplevert, is voor een groot deel nattevingerwerk. Een nieuw product kan oude producten ook vervangen. En automatisering kan zelfs ten koste gaan van banen, maar levert weer werk op voor softwareontwikkelaars.’

Ook voor midden- en kleinbedrijf is veel werk voor innovatie-experts

Het bedrijf van De Ruijter (23 medewerkers) heeft kantoren in Delft, Enschede en Nijmegen en is een van de FD Gazellen. Advies geven over innovatie is een groeimarkt. Want niet alleen startups moeten sneller groeien, ook in het midden- en kleinbedrijf is veel werk voor innovatie-experts. Zo neemt De Ruijter deze week twintig Gelderse ondernemers op sleeptouw in Silicon Valley. ‘Mkb-bedrijven in de technologische maakindustrie laten zich nog te veel leiden door de waan van de dag en te weinig door hun eigen visie op de toekomst, over vijf jaar. De bedrijfsvoering en het proces vernieuwen staat vaak niet hoog op de agenda. Bedrijven ploeteren door op de oude voet, in plaats van zich aan te passen en jong talent aan te nemen dat het bedrijf op zijn kop mag zetten.’ De Ruijter moet lachen als hij hoort dat ING Gelderland omschrijft als het Silicon Valley van Nederland. ‘We hebben de Radboud Universiteit, een Health Valley, Food Valley en Wageningen Campus, maar het is eigenlijk belachelijk dat dit aparte initiatieven zijn. Nederland wordt alleen een Silicon Valley als alle initiatieven met elkaar gaan samenwerken en het mkb een inhaalslag maakt.’

Drie voorbeelden van innovatieve initiatieven in Oost-Nederland

1 Fieldlab Industrial Robotics.

Lasmachineproducent AWL-Techniek uit Harderwijk is een prominente FD Gazelle uit Gelderland. Het bedrijf, met ruim vierhonderd medewerkers, is initiatiefnemer van het Fieldlab Industrial Robotics, een samenwerkingsproject met meerdere partijen. In de machines die AWL bouwt, worden robots toegepast. ‘Technische universiteiten weten veel van robotica, maar de kloof met de praktijk van een mkb’er is groot’, zegt Thijs Weggemans, namens AWL betrokken bij de proeftuin. ‘Op de universiteit lopen de knapste koppen die nieuwe technologie ontwikkelen, maar we moeten er ook iets mee doen. Een doorsnee mkb-bedrijf kan geen robot programmeren.’ Het fieldlab moet daar verandering in brengen. De betrokken partners gaan in de fabriekshal van AWL keuzevakken aanbieden op mbo- en hbo-niveau. Weggemans: ‘Als we geen opleiding starten, wordt de achterstand van Nederland op het gebied van robotica alleen maar groter.’ Hoewel de financiering van het fieldlab nog niet helemaal rond is, kunnen de eerste studenten deze zomer aan de slag. ‘Wij zetten de deur open voor onderwijsinstellingen en andere bedrijven. De industrie ontwikkelt zich zo snel, we kunnen niet stil blijven zitten.’

2 Deventer Open Innovatie Centrum.

Twee jaar geleden kondigde verf- en chemieconcern AkzoNobel aan dat de productie van peroxiden en andere chemicaliën in Deventer zal stoppen. De beslissing leidde tot verlies van ruim tweehonderd banen  Het R&D-centrum, waar zo’n driehonderd mensen werken, bleef wel bestaan en heet vanaf volgend jaar het Deventer Open Innovatie Centrum. Dit centrum kost €30 mln. AkzoNobel, de gemeente Deventer en de provincie Overijssel delen de kosten. De campus moet 350 nieuwe werknemers en ondernemers naar Deventer trekken, uit binnen– en buitenland. Startups en mkb-bedrijven kunnen gebruikmaken van de bestaande productiehallen, die aan de strengste veiligheidseisen voldoen. Tot nu toe hebben tien bedrijven een intentieovereenkomst ondertekend. ‘Dat is boven verwachting’, zegt Marcel Schreuder Goedheijt, bij Akzo verantwoordelijk voor de R&D-locatie in Deventer. Hij ziet veel initiatieven om innovatie te stimuleren. ‘Je hebt een stedendriehoek, cleantechregio, noem maar op. Het aanbod is te versnipperd. Om een powerhouse te krijgen, is het beter om als overheid in een paar grote projecten, zoals het innovatiecentrum in Deventer, te investeren, in plaats van in tien  verschillende.’

3 Kennispark Twente.

Het Kennispark in Twente, rondom de Universiteit Twente in Enschede, bestaat sinds 2007 en huisvest ruim vierhonderd bedrijven. Dat zijn niet alleen start-ups en mkb-bedrijven, maar ook adviseurs die alles afweten van patenten, accountants en advocaten. Directeur Kees Eijkel is trots, maar heeft nog genoeg verbeterpunten. Zoals de alertheid van alle betrokken partijen op het Kennispark om bedrijven verder te helpen met de groei. ‘In Silicon Valley voelt iedereen, van jurist tot accountant, zich verantwoordelijk voor de groei van de bedrijven die er gevestigd zijn. Een advocaat verwijst je bijvoorbeeld naar de juiste vakgroep. In Nederland constateert een accountant dat het niet zo goed gaat met het bedrijf, stuurt de rekening en is klaar. We denken te veel in silo’s.’ Als een mkb-bedrijf en universiteit eenmaal samen aan tafel zitten, volgt een platte discussie, constateert Eijkel. ‘De houding is vaak: “Jullie moeten wat voor mij doen, want ik betaal belasting.” Dat is een Nederlandse ziekte. In de Verenigde Staten start een gesprek met de opmerking: “Ik hoop dat ik aansluiting bij de universiteit kan vinden.” Daar snappen ze de waarde van kennisinstellingen. Dat kan in Nederland beter.’

Bron; fd.nl 15-11-2016

< back