Waterstof is gewoon een hele schone brandstof

(Links: Marinus van Driel (CEO), rechts: Niels Lanser (Director Marketing & Sales)

Auto’s die op waterstof rijden komen er. Over tien jaar wellicht al, maar in elk geval binnen twintig jaar. Daar is Marinus van Driel, algemeen directeur van Fuel Cell Product HyGear, heilig van overtuigd. Hij is in goed gezelschap: op het World Economic Forum in Davos begin dit jaar spraken achttien grote partijen, waaronder Shell, Toyota en BMW, af de komende vijf jaar samen 9,5 miljard euro te investeren in het rijden op waterstof. HyGear opende in februari een waterstoftankstation op Industriepark Kleefse Waard. Daar verrijst ook een nieuw hoofdkantoor met ontwikkel- en testlabs dat in het najaar gereed is.

Als ondernemer moet je een droom hebben, vindt Marinus van Driel, algemeen directeur van HyGear in Arnhem. Overtuigd van de visie dat waterstof als schone energiedrager de brandstof van de toekomst is, richt Van Driel in 2002 het innovatieve bedrijf HyGear op. Zijn bedrijf ontwikkelt en produceert inmiddels kleine gasfabriekjes, ter grootte van een zeecontainer, die bij onder meer glas- en metaalfabrieken waterstof, stikstof of zuurstof produceren.
Vijftien jaar later, op 15 februari van dit jaar, opent Van Driel samen met de Arnhemse wethouder Anja Haga van duurzaamheid het waterstoftankstation op Industriepark Kleefse Waard (IPKW). “Waterstof is gewoon een hele schone brandstof met nul-emissie. Het enige dat uit de uitlaat komt, is een beetje water”, legt hij uit. “Alleen de technologie om waterstof op een eenvoudige manier te kunnen tanken moest nog ontwikkeld worden. Dat lukt steeds beter.”
Bij het waterstoftankstation aan de Oude Veerweg kan onder 300 bar worden getankt. Later wordt de installatie ook geschikt voor tanken onder 700 bar. “We laten hier zien dat het kan: waterstof tanken. Net zo eenvoudig als het tanken van lpg. Het grote voordeel van waterstof ten opzichte van auto’s die op elektrische batterijen rijden is dat het opladen van hun batterijen zo lang duurt”, zegt Van Driel.
Voorlopig tanken er in Arnhem twee waterstofauto’s van de gemeente Arnhem en Rijkswaterstaat, enkele particulieren en de waterstofbus van Syntus die op het traject Arnhem-Apeldoorn rijdt. Van Driel: “Het is en blijft een kip-en-het-ei-verhaal: als er geen tankstation is, koopt bijna niemand een waterstofauto en andersom. Dat patroon doorbreken we nu.”

Trots
Wethouder Haga is trots op een bedrijf als HyGear. “Arnhem heeft grote ambities als het gaat om duurzaam vervoer. In 2010 opende HyGear in Arnhem het eerste waterstoftankstation van Nederland. Nu is het weer terug en is dit het derde tankstation in Nederland waar waterstof getankt kan worden.” Haga ziet het waterstoftankstation als vliegwiel dat mensen er toe aanzet een waterstofauto te kopen. De groei van HyGear betekent tevens meer banen in Arnhem, constateert ze. “De bouw van het nieuwe hoofdkantoor op Industriepark Kleefse Waard geeft niet alleen een impuls aan het gebruik van duurzame brandstoffen, maar ook aan de werkgelegenheid.” Bij HyGear werken nu 62 mensen, dat zijn er eind van dit jaar zo’n honderd.
Marinus van Driel kijkt ook met trots terug op de opening van het tankstation. En op de financiering van de groei van HyGear die in dezelfde week een enorme boost kreeg, doordat de NPEX-obligatielening voor 2,5 miljoen euro binnen vier dagen was volgetekend. “Dat was een record. Dat het zo snel ging, hadden ze bij NPEX MKB Fonds nog nooit eerder meegemaakt. Het betekent dat wij niet de enigen zijn die vertrouwen hebben in waterstof als brandstof van de toekomst.”

"HyGear: van startup naar internationale speler in waterstofeconomie"

Groei
Met het geld kan HyGear een deel van de groei die voor de komende vijf jaar wordt verwacht financieren. “Tot begin dit jaar hebben we onze groei altijd uit eigen middelen kunnen betalen, maar we groeien nu zo hard dat dit niet meer lukt”, verklaart Van Driel. “Onze orderportefeuille is een stuk voller dan in 2016. We denken dat we onze productie kunnen opvoeren en onze omzet de komende vijf jaar verdrievoudigt van 9,15 miljoen euro in 2016 naar zo’n 30 miljoen in 2012.”
Het Arnhemse bedrijf bouwde tot en met vorig jaar 29 installaties bij fabrieken, zoals Philips in België, glasproducent Saint-Gobain in Spanje en bij fabrieken in de Verenigde Staten en Japan. Dit jaar worden er tien installaties gebouwd, waarvan er vier naar de VS (Californië, Texas) gaan, drie naar Letland, twee naar glasfabrieken in Spanje en één naar Colombia (voedingsindustrie). Van Driel: “Bij Wallmart in de Verenigde Staten rijden alle heftrucks op waterstof. Elektrische heftrucks staan te lang stil als ze twee tot drie uur nodig hebben om weer op te laden. In Japan zijn ze ook al ver met het gebruik van waterstof als duurzame brandstof en in Letland gaan onze installaties waterstof leveren voor brandstofcelbussen.”
Andere strategie
In eerste instantie ligt de focus van HyGear op de productie van waterstof als brandstof voor auto’s. Op Industriepark Kleefse Waard worden innovatieve technologieën ontwikkeld om waterstof te produceren in tankzuilen die op tankstations kunnen worden geplaatst. Als de ontwikkeling van waterstof als duurzame brandstof enkele jaren later stagneert door de opkomst van de elektrische auto’s op batterijen, raakt het geld op en wijzigt HyGear zijn strategie.

Wethouder Anja Haga tankt als eerste waterstof

“We realiseerden ons dat je als bedrijf met vijftien mensen niet helemaal afhankelijk kan zijn van nieuwe technologie als daar onvoldoende vraag naar is”, doet Van Driel uit de doeken. “De vraag naar waterstoftechnologie in de industrie bleek veel groter. Daar zijn we ons toen op gaan richten. We hebben onze technologie aangepast, doorontwikkeld en in containers gestopt. Daarmee kunnen we op locatie waterstof, maar ook stikstof en zuurstof produceren.” Zijn innovatieve waterstof- en gastechnoloigie heeft HyGear vastgelegd in twaalf octrooien.

“We richten ons op een niche in de markt die wereldwijd groeit met zo’n 6 procent per jaar”

De installaties van HyGear leveren onder meer glas- en metaalfabrieken een enorme energiebesparing op, die kan oplopen tot een kostenbesparing tot 50 procent. Van Driel: “Al was het maar, omdat waterstof niet meer onder hoge druk over grote afstanden vervoerd hoeft te worden.” Om klanten te overtuigen van de betrouwbaarheid van de leverantie van industriële gassen ontwikkelde HyGear zijn eigen waterstofvulsysteem voor het vullen van tubetrailers. Het bedrijf beschikt nu over twee tubetrailers voor het transport van waterstof onder druk. Zij dienen als back-up, zodat te allen tijde waterstof geleverd kan worden aan klanten.

Nieuwe activiteit
Door elk jaar 2 à 3 miljoen te investeren in productontwikkeling blijft HyGear zich ontwikkelen. Met de kapitaalinjectie wordt onder meer een nieuwe activiteit gefinancierd: het zuiveren van industriële gassen. “Met onze nieuwe installaties kunnen we gassen terugwinnen uit restgassen. Dat gebeurt door deze restgassen, die in het industriële proces zijn vervuild met bijvoorbeeld fijn stof en andere verontreinigingen zoals zwavel, zuurstof en water gassen, te zuiveren. We zijn nu installaties aan het testen in Duitsland en straks ook in Polen.” Van Driel verwacht dat deze nieuwe technologie volgend jaar op de markt komt.

Zo heeft de Arnhemse startup uit 2002 zich ontwikkeld tot wereldspeler als het gaat om de productie van waterstof op locatie. “We richten ons op een niche in de markt, maar het is een niche die wereldwijd groeit met zo’n 6 procent per jaar. Zeker als de vraag naar waterstof als brandstof voor voertuigen doorzet”, constateert Van Driel.
Hij noemt de gemeente Arnhem, maar ook investeringsmaatschappij Oost NV als belangrijke partijen. “Oost NV heeft als aandeelhouder het vertrouwen gehad in de technologie die we aan het ontwikkelen waren en de gemeente Arnhem is al jaren een voorvechter als het om de waterstofeconomie gaat. De gemeente was partner in het eerste waterstoftankstation, waar we veel van hebben geleerd en steunt het nieuwe tankstation ook met een lening van 3,5 ton. Dat is belangrijk om zo’n project van de grond te krijgen.”

Bron: OKArnhem Magazine 2e jaargang nr. 1

< back